Met de overstap naar natuurlijke koudemiddelen krijgen wij regelmatig de vraag: "hoe zit het met de veiligheid van propaan in een warmtepomp?" Op deze pagina behandelen wij de relevante normering (EN 378, IEC/EN 60335-2-40), de constructieve maatregelen en de praktijkstatistieken.
1. Wat is R-290 chemisch en fysisch?
R-290 is de aanduiding voor zuivere propaan (C₃H₈) met een minimumzuiverheid van 99,5 % volgens ASHRAE 34. Belangrijke eigenschappen:
- GWP-100: 3 (vs. 675 voor R-32, 2.088 voor R-410A)
- ODP (ozonafbraak): 0
- Veiligheidsklasse: A3 (laag toxisch, hoog ontvlambaar)
- LFL (lower flammability limit): ~2,1 vol-% in lucht
- Auto-ontstekingstemperatuur: 470 °C[4]
- Dichtheid: 1,55 keer lucht (zakt naar beneden)
De combinatie van een hoge auto-ontstekingstemperatuur en een relatief smalle ontvlambaarheidsmarge (2,1 % – 9,5 %) maakt R-290 in praktijk beheersbaar zolang lekdetectie en ventilatie correct zijn.
2. Normering — wat zegt de wet?
Voor lucht/water warmtepompen in een woonomgeving zijn drie normen leidend:
- EN 378-1 t/m -4 (2016): "Refrigeration systems and heat pumps — safety and environmental requirements". Stelt charge-limieten per plaatsingscategorie (binnen/buiten/dakopstelling).
- IEC/EN 60335-2-40 (2022): Specifieke veiligheidseisen voor warmtepompen, airconditioners en ontvochtigers. Behandelt lekdetectie, elektrische veiligheid, stille modus, beproeving.
- EU 2024/573 (F-gassen): bevordert juist het gebruik van R-290 omdat het buiten de F-gas-quota valt.
Aanvullend gelden Nederlandse Bouwbesluit-eisen voor geluid op de erfgrens (40 dB(A) overdag, 35 dB(A) ’s nachts) en BRL 6000-25 voor erkenning van de installateur.
3. Charge-limiet en plaatsingscategorieën
EN 378 deelt warmtepompen in op basis van waar het koudemiddel zich bevindt en wie er aanwezig is in het beïnvloedbare gebied:
- Categorie III (buiten, geen toegang derden): bijv. buitenunit op het tuinpad. Geen charge-limiet voor R-290 zolang < 5 kg.[1]
- Categorie II (open ruimte met toegang): bijv. galerij van een appartement. Limiet 1,5 kg.
- Categorie I (verblijfsruimte binnen): niet toegestaan voor split warmtepompen op R-290 in standaard configuratie.
De Daikin Altherma 4 H is een monoblock split: het volledige koudemiddelcircuit zit in de buitenunit. De binnenunit bevat alleen water, géén koudemiddel. Dit valt dus altijd in categorie III.
4. Constructieve maatregelen in de Altherma 4 H
Daikin heeft vijf elementen toegevoegd die ver boven de minimumeisen liggen (zie ook onze R-290 productpagina):
- Halfgeleider gas-sensor (zelfdiagnose ieder uur): detecteert lekken vanaf 25 % LFL. Schakelt compressor uit en activeert ventilator op maximaal toerental.
- Hermetisch gesloten elektrocompartiment: componenten die vonken kunnen veroorzaken (relais, thermische beveiliging) zitten achter een gasdicht aluminium schot.
- Versterkt koudemiddelvat: doorstaat een val van 10 m tijdens transport. R-290 wordt pas ná installatie ingebracht.
- Gasafscheider in watercircuit: vangt eventueel ontsnapt R-290 op uit de platenwarmtewisselaar voordat het door de CV-leidingen migreert.
- Antivriesklep: voorkomt scheuren in de platenwarmtewisselaar bij stroomuitval in winter, dus ook secundaire lekkage.
5. Praktijkdata — wat de norm voorschrijft
De relevante normen schrijven de constructie- en plaatsingseisen voor die de praktijkrisico's tot een minimum beperken:
- EN 378-1:2016 stelt charge-limieten en plaatsingscategorieën zodat het beïnvloedbare gebied bij een eventuele lekkage onder de LFL blijft.
- IEC/EN 60335-2-40:2022 verplicht onder andere lekdetectie, een vonkvrij elektrocompartiment en automatische uitschakeling — dezelfde maatregelen die de Altherma 4 H toepast (zie paragraaf 4).
- EU 2024/573 (F-gassen): bevordert juist het gebruik van R-290 omdat het geen broeikasgas-quotum gebruikt en daarmee geen uitfasering boven het hoofd hangt, anders dan synthetische F-gassen.
Ter vergelijking: aardgas heeft een aanmerkelijk bredere ontvlambaarheidsmarge (5 – 15 % vs. 2,1 – 9,5 % voor R-290) en cv-ketels werken met een continue gasleiding in de woning. Een hermetisch gesloten warmtepomp met R-290 bevat het koudemiddel volledig in de buitenunit en heeft geen permanente toevoer.
6. Wanneer wel en wanneer niet R-290?
R-290 is ongeschikt of vraagt extra maatregelen wanneer:
- De buitenunit binnen 1 m van een kelderkoker zou komen
- De plaatsing op een onbeluchte binnenplaats moet (geen luchtverversing)
- Boven of onder een kelderingang — propaan zakt naar beneden
In die gevallen kiest u voor een andere plaatsingslocatie of voor een R-32 hybride opstelling. Wij beoordelen dit tijdens de schouw.
Conclusie
R-290 in een moderne hermetisch gesloten warmtepomp is technisch en statistisch een veilige keuze. Mits de installateur F-gassen-erkend is en de plaatsing de EN 378 / EN 60335 normen respecteert. Het milieuvoordeel (GWP 0,02 per IPCC AR6 vs. 675 voor R-32) maakt R-290 voor 2026 en daarna de standaardkeuze.
Lees ook onze R-290 productpagina, de Altherma 4 H review of de installatie-stappen.
Veelgestelde vragen
Een Daikin Altherma 4 H bevat 1,2 tot 1,8 kg R-290, afhankelijk van de capaciteit (6–14 kW). Ter vergelijking: een gangbare campinggasfles bevat 11 kg propaan. De charge zit volledig opgesloten in de buitenunit (hermetisch gesloten systeem).
EN 378-1:2016 classificeert R-290 als A3 (laag toxisch, hoog ontvlambaar). De norm stelt charge-limieten op basis van plaatsingscategorie en geeft eisen voor ventilatie, plaatsing en detectie. Voor buiten geplaatste split-warmtepompen tot 5 kg geldt geen aparte ruimte-eis als de unit voldoet aan IEC/EN 60335-2-40.
Volgens NEN-EN 60335-2-40 minimaal 1 meter horizontaal tot openingen waar gas zou kunnen binnenkomen (kelderkokers, ventilatieroosters, niet-gesloten ramen). Boven dakranden 2 meter omdat propaan zwaarder is dan lucht en naar beneden zakt. Daikin levert specifieke installatie-tekeningen per situatie.
De Altherma 4 H heeft een geïntegreerde halfgeleider-sensor (CCS811-type) die continu de R-290-concentratie in het ventilatorcompartiment meet. Bij > 25 % LFL (Lower Flammability Limit, ca. 0,5 % propaan in lucht) start de ventilator automatisch op maximaal toerental, wordt de compressor uitgeschakeld en gaat een melding via Onecta naar de installateur.
Hermetisch gesloten lucht/water warmtepompen worden in de fabriek gevuld en getest; het koudemiddelcircuit blijft tijdens de levensduur dicht. De Altherma 4 H heeft daarbij een geïntegreerde gas-sensor die continu meet en bij overschrijding van 25 % LFL automatisch ventilator-doorspoeling activeert en de compressor uitschakelt — zie de constructieve maatregelen in paragraaf 4.
Chemisch identiek (C₃H₈), maar de toepassing verschilt. In een aansteker zit het onder druk in een dunwandig vat zonder beveiliging; in een warmtepomp zit het in een geslagen koperen circuit met druksensoren, lekdetectie, automatische uitschakeling en een vakkundig geplaatst ventilatorcompartiment in de open lucht.
Nee. Onderhoud aan het koudemiddelcircuit mag uitsluitend door F-gassen-erkende monteurs (categorie 1 of 2 voor R-290). Zelf onderhoud beperkt zich tot uitwendige reiniging (lamellen schoonmaken, bladafdekking weghalen). Filter-vervanging van de tapwaterzijdige strainer kan u zelf doen.
Auteur
WarmtepompKopen.nl Team — F-gassen categorie 1 erkend installateur, lid Stichting STEK voor koudemiddelbeheer.
Bronnen & referenties
- [1] NEN-EN 378-1:2016+A1:2020 — Koelinstallaties en warmtepompen — Veiligheids- en milieu-eisen — Tabel C.1 (Annex C) charge-limiet en plaatsingscategorieën — nen.nl
- IEC 60335-2-40:2022 — Particular requirements for electrical heat pumps, air-conditioners and dehumidifiers — webstore.iec.ch
- Verordening (EU) 2024/573 — gefluoreerde broeikasgassen (7 februari 2024)
- [4] ANSI/ASHRAE Standard 34-2022 — Designation and Safety Classification of Refrigerants (auto-ignition temperatuur propaan 470 °C, LFL 2,1 vol-%) — ashrae.org
Laatst bijgewerkt: 7 mei 2026.